Zadelhoogte
![]() |
De exacte zadel-terugstand
Hiermee wordt de juiste positie van het zadel in voor- of achterwaardse richting bedoeld. Nadat de juiste hoogte is ingesteld is dit de volgende stap tot goed zitten. De terugstand kan gecontroleerd worden door op de fiets te gaan zitten en te steunen langs een hek of muur, of iemand de fiets in balans te laten houden. De cranck op twee uur (voor een racefiets drie uur) zetten en dan een loodlijntje (touwtje met gewicht) vanaf de voorkant van de knie recht naar beneden laten vallen. De lijn moet dan direct langs de voorzijde van het pedaal lopen. Het zadel kan in beperkte mate zonodig naar voor of naar achteren worden gesteld tot de juiste stand is bereikt.
Vorm
Een zadel moet het lichaam op de juiste plaats (de zitbotjes) ondersteunen. Bij vrouwen staan die zitbotjes iets verder uit elkaar dan bij mannen. Vandaar dat dameszadels breder en korter zijn dan herenzadels. Daarnaast loopt een zadel in een punt uit, zodat het niet tegen de benen schuurt. Die punt zorgt er ook voor dat het lichaam de fiets in balans en daarmee op koers kan houden. De meeste fietsen hebben een zadel dat past bij het soort fiets. Zo zit op een racefiets bijvoorbeeld altijd een lang, smal model. Toerfietszadels zijn doorgaans korter en breder. De vorm heeft vooral te maken met de houding op de fiets. Hoe verder voorovergebogen, hoe smaller het zadel moet zijn om te voorkomen dat de benen er tegenaan schuren. Bij het kiezen van een ander zadel is de keus dan ook beperkt tot vergelijkbare modellen.
Soorten en maten
Fietszadels zijn er in allerlei modellen en vormen. Er zijn ruwweg twee groepen en daarnaast nog wat bijzondere modellen. Elke soort heeft z'n eigen toepassingen.
Sportieve zadels
![]() |
Toerzadels
![]() |
Bijzondere modellen
Zadels in deze categorie zijn om uiteenlopende redenen gemaakt. Ze komen niet veel voor vanwege hun specifieke toepassingen. Rokzadels bijvoorbeeld moeten er voor zorgen dat dames kunnen fietsen zonder de rok te kreuken. Ze staan daarom ook wel bekend als dameszadels. Door het ontbreken van de punt, geven ze vrijwel geen steun bij het houden van de balans. Je ziet ze dan ook nauwelijks meer. Daarnaast zijn er de gezondheidszadels, die te herkennen zijn aan de brede gleuf in het midden. De bedoeling is dat alleen de zitbotten contact maken. Ze zijn ook vrij kort. Van een goede ondersteuning is geen sprake. En het kleine steunvlak kan op den duur flink wat irritatie veroorzaken. Zweefzadels tot slot hebben een zeer soepele vering en een breed zitvlak. Ze komen veel voor op snorfietsen. Het veercomfort is bijzonder groot, maar op een fiets zijn ze eigenlijk alleen geschikt voor korte ritten.
Materialen
Zadels worden van leer of van kunststof gemaakt. Beide materialen hebben voor- en nadelen.
Leren zadel
+ duurzaam
+ zitdeel vormt zich naar berijder
+ neemt transpiratievocht op
- neemt regenwater op
- zakt op den duur sterk door
- vergt onderhoud
- lange inrijperiode
Zadel met overtrek van leer
+ duurzaam
+ veelal gel tussenlaag die goede ondersteuning geeft
+ neemt beperkt transpiratievocht op
- zonder gel vrij hard
- neemt beperkt regenwater op
Kunststof zadel
+ voordelig
+ minder gevoelig voor vocht
- matig zitcomfort
- scheurt snel, waarna polstering of foam veel vocht opneemt
- niet duurzaam
Zadelpijn
Zadelpijn is een onderhuidse beschadiging van het weefsel van de billen. Staand voel je er weinig van, maar wel als je gaat zitten. Fietsers met een pijnlijk achterste gaan dan ook veelvuldig op de pedalen staan. Als het onheil is geschied, kan de fiets gerust een poosje worden opgeborgen. De pijn verdwijnt alleen door het geteisterde lichaamsdeel voldoende rust te gunnen.
Zadelpijn ontstaat doordat het zitvlak langdurig op het harde oppervlak van het zadel rust. Bovendien is dat oppervlak vrij klein. Daarnaast doen oneffenheden in het wegdek het achterste ook geen goed. Zadelpijn is het beste te bestrijden met het juiste frame, een goede afstelling van zadel en stuur, een zo comfortabel mogelijk zadel, speciale fietskleding en met een goede opbouw van gedoseerde fietstochtjes. Vooral in het begin is het beter om korte tochten te maken en de afstanden pas na verloop van tijd op te voeren. Tussentijds even stoppen houdt de billen overigens ook langer heel.